Advies sectorale normen windturbines

advies op vraag
Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme
Zuhal Demir
Voorontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, wat betreft sectorale voorwaarden voor inrichtingen voor het opwekken van elektriciteit door middel van windenergie

De SERV en de Minaraad zijn positief over het wegwerken van de bestaande onzekerheid voor bestaande en nieuwe windmolenprojecten door de voorgelegde reglementaire ingreep . Het voorontwerp van besluit van de Vlaamse Regering over de sectorale voorwaarden voor windturbines legt de sectorale milieuvoorwaarden opnieuw vast voor de vergunnings- en meldingsplichtige inrichtingen nadat de vereiste plan-MER procedure eveneens doorlopen werd.

De raden spreken zich niet uit over de concreet opgelegde afstanden, uren slagschaduw en/of voorgestelde geluidsniveaus. Het behouden van de bestaande normen zorgt voor duidelijkheid voor de sector. De SERV en de Minaraad vragen wel om verder te verduidelijken waarop de concrete voorwaarden gebaseerd werden.

De plan-MER behandelt de biodiversiteitscomponent slechts in algemene termen en voorziet geen standaard mitigerende maatregelen op het niveau van sectorale voorwaarden. Vraag is of het aangewezen is dit zo te houden, aangezien concrete problemen in verband met biodiversiteitswaarden dikwijls aan de orde zijn bij de beoordeling van afzonderlijke vergunningsdossiers.

De raden stellen zich de vraag of er een Vlaams scenario voorligt dat enerzijds rekening houdt met de specificiteit van Vlaanderen qua ruimtelijke ordening en qua potentieel en dat anderzijds ook de doelstellingen uit bijvoorbeeld het Windplan en het VEKP in rekening brengt. Hoe dan ook moet er vaart worden gemaakt met de uitrol van hernieuwbare energie (onder meer wind) in Vlaanderen. Sinds de energiecrisis is deze versnelling meer dan ooit nodig, ook om de Vlaamse energie-afhankelijkheid van het buitenland te verminderen. Daarbij moet afgetoetst worden of de vastgestelde ambities nog geschikt zijn aangezien de huidige doelstelling zeker haalbaar lijkt op basis van de huidige trend.

Los van de ambities is het hoe dan ook wenselijk om de aanlooptijden voor de vergunning en plaatsing van windmolens zo kort mogelijk te houden. De SERV en de Minaraad nemen in dit verband nota van de in de BBT voor de Beleidsvelden Energie en Klimaat geformuleerde beleidsvoornemens en vinden het positief dat men beleidsmatig vooruitgang zoekt te boeken in deze problematiek.

Samenwerking met
Minaraad