Advies decreet sectorconvenants en intersectorale convenants

advies op vraag
Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw
Jo Brouns
Voorontwerp van decreet betreffende de sectorconvenants en de intersectorale convenants in het kader van het Vlaamse werkgelegenheidsbeleid

De Vlaamse Regering heeft met de sectorconvenants een sterk instrument in handen om beleidsthema’s op de sectorale agenda te zetten en zo ook tot bij ondernemingen en hun (potentiële) werknemers te krijgen. Met een bereik van 73 procent van alle Vlaamse werknemers vormen de convenants een belangrijke hefboom, en dat met een beperkt budget. Het huidige decreet over sectorconvenants is volgens de Vlaamse sociale partners aan herziening toe om mee te evolueren met de sectorale realiteit. Inspelen op leereffecten en feedback uit het veld is cruciaal om ervoor te zorgen dat de convenants relevant blijven.

In dit advies ondersteunt de SERV de decretale wijziging en formuleert hij acht aanbevelingen voor verdere optimalisering van de convenants:

  • Formuleer de doelstellingen op maat van de convenants door ze te linken aan de decretale thema’s.
  • Verbreed de thema’s om alle relevante acties te vatten door retentie toe te voegen naast (zij-)instroom en doorstroom om uitstroom te beperken, en door het thema ‘diversiteit en inclusie’ voldoende breed te interpreteren zodat sectoren die binnen hun convenant(s) willen werken rond non-discriminatie, daar ook de nodige ruimte voor hebben.
  • Verleng de looptijd van de convenants tot een periode van vijf jaar.
  • Blijf werken met addenda om de nodige flexibiliteit in te bouwen.
  • Indexeer de toelagen van de sectorconsulenten.
  • Benut het potentieel van intersectorale convenants, rekening houdend met aandachtspunten voor de operationalisering van het instrument, zoals de afstemming met de ‘individuele’ sectorconvenants, beperking van de administratieve lasten en de budgetverdeling tussen sectoren.
  • Erken de brede intersectorale werking binnen de SERV ter ondersteuning van sociaal overleg over de decretale thema’s van de convenants.
  • Zorg voor financiering op maat van de sectorale realiteit door de risico’s van resultaatsfinanciering te evalueren en de huidige resultaatsgerichte werking verder te zetten.