Advies bijkomende maatregelen voor reductie van stikstofoxiden en fijn stof

advies op vraag
Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme
Zuhal Demir

Mogelijke bijkomende maatregelen voor de reductie van stikstofoxiden en fijn stof

De laatste jaren verbeterde de Vlaamse luchtkwaliteit gestaag maar er stellen zich nog een aantal knelpunten voor fijn stof (PM2,5) en stikstofoxides (NOx). Om die knelpunten aan te pakken zijn, naast een effectieve en voortvarende implementatie van de maatregelen uit het Luchtbeleidsplan 2030, maatregelen nodig voor houtkachels resp. (weg)transport, de voornaamste bronnen van die luchtpolluenten in Vlaanderen.

Uitfaseringsstrategie en stookbeperkingen voor meest vervuilende toestellen

Houtkachels zijn de belangrijkste Vlaamse bron van PM2,5 en ~90% van de uitstoot van fijn stof afkomstig van huishoudelijke houtverwarming komt van houtstooktoestellen van vóór 2012. Vlaanderen moet daarom werken aan een uitfaserings(strategie) voor de meest vervuilende kachels.

De raden vragen daarbij:

  • Een stapsgewijze uitfasering van de oude houtkachels/open haarden, beginnend bij de meest verontreinigende.
  • Het benutten van sleutelmomenten zoals de verkoop of de grondige energetische renovatie van een woning.

Hierbij moet rekening gehouden worden met verschillende doelgroepen en naast regelgeving is ook sensibilisering nodig met betrekking tot: het stookgedrag, de juiste installatie en onderhoud van het toestel, en het gebruikte houttype omdat die allemaal een grote invloed hebben op de uitstoot. De strategie moet ook gesteund zijn op een degelijke kachelinventaris die ontsloten zou kunnen worden via de woningpas.

Tijdens bepaalde periodes en/of in bepaalde gebieden moet de overheid ook de mogelijkheid hebben om een stookverbod of -beperking in te stellen voor bepaalde toestellen zodat er ook gericht en op kortere termijn een reductie van de uitstoot van fijn stof gerealiseerd kan worden.

Slimme kilometerheffing en gedifferentieerde fiscaliteit voor minder kilometers en meer ZEV

Om de NOx-uitstoot van de transportsector (vnl. van dieselvoertuigen) te reduceren pleiten de raden voor een slimme kilometerheffing voor alle voertuigen en voor de verdere vergroening van de voertuigvloot. Dat moet leiden tot een hoger aantal zero-emissievoertuigen en minder (emissierijke) kilometers.

Het is een gemiste kans dat de slimme kilometerheffing voor alle voertuigen niet opgenomen werd in het recente akkoord over bijkomende maatregelen in het kader van de verscherpte klimaatdoelstellingen voor 2030. Zelfs indien de nieuwe doelstelling voor ZEV gehaald wordt, blijft de slimme kilometerheffing noodzakelijk om het aantal gereden kilometers te doen afnemen, om congestie en sluipverkeer te verminderen, om buitenlandse lichte voertuigen mee te laten betalen voor hun deel van de kosten, om door variatie in tijd en plaats stikstofgevoelige gebieden, street canyons, of plaatsen met kwetsbare personen te ontzien. Cruciaal in de aanloop naar een slimme kilometerheffing is het werken aan maatschappelijk draagvlak (o.a. door toelichting van de besteding van de geïnde middelen en eventuele sociaaleconomische correcties) en overleg met de andere gewesten.

Wat betreft de vergroening van de voertuigvloot verwelkomen de raden de engagementen van de Vlaamse Regering die (deels) tegemoet komen aan hun adviezen in het kader van ‘Fit for 55’ maar vragen ze om een dialoog op te starten met het federale niveau en de andere gewesten met betrekking tot de invoering van inschrijvingsvoorwaarden voor voertuigen (bv. om vanaf 2029 alleen nog ZEV in te schrijven). De raden vragen ook dat de Vlaamse autofiscaliteit sterker differentieert tussen de echte zero-emissie voertuigen en de rest (diesel, benzine, LPG, CNG, PHEV).

Voor zeeschepen tenslotte moet Vlaanderen werk maken van een strategie voor walstroomvoorzieningen, gelet op de hoge NOx-emissies, alsook het reductiepotentieel en de lokale impact van de uitstoot van die schepen.

Samenwerking met
SALV
Minaraad