Vlaanderen zet nieuwe stappen in evolutie naar werkzaamheidsgraad van 80%

De krapte op de arbeidsmarkt is terug van nooit weggeweest. Terwijl de inflatie piekt, aanvoerketens stokken, de energieprijzen hoog blijven en het begrotingstekort van de nv België zorgwekkend is, is de mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt nog nooit zo pertinent geweest. Minister-president Jan Jambon en minister van Werk Jo Brouns zijn dan ook tevreden dat de Vlaamse Regering samen met de Vlaamse sociale partners (Voka, ACV, UNIZO, ACLVB, Boerenbond en Verso) in moeilijke omstandigheden erin geslaagd is om een nieuw Vlaams Werkgelegenheidsakkoord af te sluiten. Het resultaat sluit nauw aan bij het akkoord dat de Vlaamse sociale partners eind maart onderling al hadden afgesloten. Het akkoord “Iedereen nodig, Iedereen mee” moet een antwoord bieden op de vele openstaande vacatures in Vlaanderen en  versneld en versterkt toewerken naar een werkzaamheidsgraad van 80%. Er wordt de komende twee jaar ongeveer 100 miljoen euro vrijgemaakt om de genomen engagementen in het nieuw Werkgelegenheidsakkoord uit te voeren.

Vlaams minister-president Jan Jambon: "De strijd tegen de krapte op arbeidsmarkt en activering is één van de belangrijkste prioriteiten van deze regering. De komende jaren zal dat de grote uitdaging blijven. Ook bijvoorbeeld het invullen van nieuwe jobs die te maken hebben met de datatechnologie. We moeten die 80% werkzaamheidsgraad kunnen bereiken.”

Vlaams minister van Werk Jo Brouns: Ik wil een ambassadeur zijn van mensen die werken en ondernemen, maar ook van die mensen die dat even niet kunnen of nog op zoek zijn naar werk. Met dit nieuw Werkgelegenheidsakkoord nemen samen met de Vlaamse Regering en de sociale partners gerichte maatregelen aan de hand van vier pijlers waarin al deze elementen vervat zit-ten. Alleen door uit onze comfortzone te treden en samen te werken, kunnen we de krapte op de Vlaamse arbeidsmarkt omzetten naar kansen. We zetten nieuwe stappen in het aanwerven van minder evidente profielen, waaronder de arbeidsreserve, maar ook in het omarmen van een leercultuur, de nood om op maat te activeren én mensen aan de slag te houden. We heb-ben de kans om met dit akkoord meer dan 33.000 extra mensen in Vlaanderen aan de slag te krijgen én de 2.915.100 mensen die vandaag al aan de slag zijn dat ook duurzaam te houden.”

Hans Maertens, voorzitter SERV: Het brandt op de Vlaamse arbeidsmarkt. Ondernemers voelen elke dag opnieuw hoe moeilijk het is om de juiste mensen te vinden voor de vele vacatures en intussen de productie en dienstverlening draaiende te houden. We zijn dan ook verheugd om als sociale partners dit werkgelegenheidsakkoord met de Vlaamse Regering af te sluiten: een bewijs dat het Vlaams sociaal overleg nog steeds werkt. Zo moet VDAB werkzoekenden sneller en intensiever begeleiden en correct controleren en sanctioneren. Met een RSZ-korting maken we ondernemingen warm om mensen aan te werven die minstens twee jaar niet actief zijn. Verder ontsluiten we beter de weg tot interregionale mobiliteit en economische migratie om de arbeidskrapte aan te pakken."

Ann Vermorgen, ACV: "Met dit werkgelegenheidsakkoord brengen we VDAB-begeleiding op-nieuw dichter bij de werkzoekenden door meer te focussen op face-to-facegesprekken met een bemiddelaar voor mensen die niet digitaal zelfredzaam zijn. We willen ook mensen die vandaag niet actief zijn op de arbeidsmarkt aantrekken met een opleidingspremie voor knelpuntberoe-pen en door kwalitatieve begeleiding op de werkvloer. Verder zijn we bijzonder blij dat werkbaar werk één van de vier pijlers van het akkoord is, want mensen die aan de slag zijn moeten ook aan de slag kunnen blijven. De werkbaarheidscheques worden nu verankerd en maken het mo-gelijk om in ondernemingen en organisaties sterker in te zetten op acties die het werk werkbaar houden."

Het Werkgelegenheidsakkoord Iedereen nodig, Iedereen mee, bestaat uit vier grote pijlers.

1.  Uitbouw van een resultaatgericht activeringsbeleid

In de eerste plaats wordt met het nieuwe akkoord het activeringsbeleid versterkt om de beschikbare talenten, ook uit de groep die vandaag nog niet-beroepsactief is, beter te matchen met de openstaande (knelpunt)vacatures. Zo wordt onder meer de huidige contactstrategie van VDAB bijgestuurd, met als doelstelling om nieuwe werkzoekenden sneller te bereiken en op maat te ondersteunen.

Ook willen minister Brouns, de Vlaamse Regering en de sociale partners de grote groep van langdurig zieken versterkt begeleiden in hun terugkeer naar de werkvloer Dit jaar wordt de samenwerkingsovereenkomst tussen RIZIV enerzijds en de bemiddelingsdiensten (o.a. VDAB) en de verzekerinsinstellingen anderzijds heronderhandeld. Het is de bedoeling om te evolueren van 7.500 re-integratietrajecten dit jaar naar 10.000 volgend jaar en 12.000 in 2024. De filosofie hierachter is duidelijk: de tewerkstelling na langdurige ziekte is niet alleen een economisch verhaal, maar ook een gezondheidsvraagstuk voor de betrokken werknemer. Werk, al dan niet aangepast, moet deel uitmaken van de oplossing.

Om ook werkgevers te stimuleren wordt de weinig succesvolle bestaande maatregel van de ‘aanwervingsincentive’ afgeschaft en omgevormd naar een RSZ-korting, gericht op zowel langdurig werkzoekenden als andere potentiële werknemers die minstens twee jaar niet actief zijn op de arbeidsmarkt, zoals langdurig zieken. De Vlaamse Regering en de sociale partners stellen evenwel vast dat na 1 jaar veel werknemers die de stap naar een job gezet hebben terug werkloos worden. Om deze evolutie tegen te gaan, krijgen werknemers die na een lange inactiviteit terug aan het werk gaan daarom extra begeleiding op de werkvloer aangeboden door de VDAB en partners. Dit moet ervoor zorgen dat de personen die werden aangeworven met o.a. deze nieuwe RSZ-korting, ook duurzaam aan de slag blijven. Een win-win voor zowel de betrokken werknemer als de werkgever.

2.  Een doorgedreven opleiding- en loopbaanbeleid

Het ontbreekt Vlaanderen momenteel aan een permanente leercultuur, iets wat nochtans onontbeerlijk is in functie van duurzame loopbanen en persoonlijke ontwikkeling. Om tegen 2030 elke Vlaming aan het leren te krijgen wordt onder meer de maatregel van het gemeenschappelijk initiatiefrecht van het Vlaams Opleidingsverlof verlengd. Hiermee is extra verlof, 250 in plaats van 125 uur, mogelijk wanneer de werkgever een opleiding toejuicht. We bieden ook een opleidingsgarantie aan iedere Vlaming.

Met het akkoord trekken we de kaart van de knelpuntberoepen. We voorzien extra budget de komende jaren voor knelpuntopleidingen en VDAB zal werkzoekenden meer gericht toeleiden naar deze opleidingen én de knelpuntberoepen zelf.

Ook geven we mensen die zich langer dan twee jaar niet op de arbeidsmarkt hebben aangeboden en geen uitkering krijgen, een duwtje in de rug als ze een langdurige opleiding volgen voor een knelpuntberoep. Heel wat knelpuntvacatures vergen immers een opleiding die minstens een schooljaar duurt. Gedurende die periode dat bijvoorbeeld een huismoeder- of vader een opleiding volgt, en dus niet aan de slag kan, voorzien we in een financiële aanmoediging. Er wordt een stimulans voorzien op drie momenten: (1) bij het aanvatten van een knelpuntopleiding , (2) bij het succesvol afronden van een knelpuntopleiding  en (3) na 1 maand tewerkstelling in een knelpuntvacature (3).

3.  Versterkte inzet op werkbaar werk

Meer dan ooit zijn we ervan overtuigd dat mensen aan de slag houden een uitdaging op zich is en ernstige aandacht vraagt. Minister Brouns, de Vlaamse Regering en de sociale partners geven werkbaar werk dan ook een prominente plaats in het akkoord als één van de vier pijlers. Vandaag bestaan er diverse instrumenten, zoals de werkbaarheidscheques, verspreid over verschillende programma’s en projecten. Er wordt de komende jaren werk gemaakt van een innovatieprogramma voor werkbaar werk dat uitgaat van een meer geïntegreerde aanpak. Samen met de sociale partners zal ook aan de slag gegaan worden om succesvolle strategieën te ontwikkelen om burnout te voorkomen, dé ziekte van de 21e eeuw. De doelstelling is om mensen in hun loopbaan te versterken en mensen op een duurzame wijze aan boord te houden.  

Ook zal er een gericht actieplan volgen voor werknemers die ouder dan 55 jaar zijn, maar minister Brouns wil alvast een ander discours hanteren. Deze werknemers zijn niet oud (of out), maar ervaren. Meer diversiteit op de werkvloer, ook inzake leeftijd, is een absolute troef voor een onderneming.

4. Kansen benutten van interregionale mobiliteit en arbeidsmigratie

Tot slot ligt een deel van het antwoord op de krapte op de arbeidsmarkt ook buiten Vlaanderen. Interregionale mobiliteit en gerichte arbeidsmigratie bieden heel wat kansen voor de arbeidsmarkt. 

Om die interregionale mobiliteit te stimuleren sluit de Vlaamse Regering zo snel mogelijk een samenwerkingsakkoord met het Waalse Gewest af, gelijkaardig aan het bestaande samenwerkingsakkoord met Brussel Via deze versterkte samenwerking tussen de arbeidsbemiddelingsdiensten VDAB, Actiris en Le Forem moeten jaarlijks minstens 2000 Brusselaars en 2000 Walen in Vlaanderen aan de slag kunnen.

Uiteindelijk is arbeidsmigratie het sluitstuk van dit Werkgelegenheidsakkoord. Vlaanderen wil eerst de focus leggen het activeren van beschikbare arbeidsreserve, maar voor specifieke profielen, zoals hooggeschoolden en knelpuntberoepen, moet het mogelijk zijn om gebruik te maken van arbeidsmigratie.