Vlaamse sociale partners sluiten werkgelegenheidsakkoord 'Iedereen nodig, iedereen mee' met 40 concrete voorstellen voor de arbeidsmarkt

Oningevulde vacatures, een lange lijst knelpuntberoepen, een groeiend aantal medewerkers die uitvallen door ziekte of burn-out, een grote reserve aan mensen die nog niet actief zijn op de arbeidsmarkt, beperkte deelname aan levenslang leren … de uitdagingen op de Vlaamse arbeidsmarkt anno 2022 zijn enorm. Daarom sluiten de Vlaamse werkgevers- en werknemersorganisaties een Vlaams werkgelegenheidsakkoord ‘Iedereen nodig, iedereen mee’ met een veertigtal voorstellen om deze problemen op de Vlaamse arbeidsmarkt aan te pakken.

Na twee jaar met de coronapandemie geconfronteerd te zijn, worden we nu getroffen door een Oekraïnecrisis met tienduizenden vluchtelingen over heel Europa. Toch houdt de krapte op de arbeidsmarkt aan omdat dit een structureel probleem is voor de komende  tien jaar. Daarom zijn ook vele en structurele maatregelen nodig in een werkgelegenheidsakkoord. Het akkoord  dat de sociale partners hebben afgesloten, steunt op vier pijlers: (1) activeren met meer resultaat en herintreders aantrekken, (2) opleiding sterker aanmoedigen, (3) inzetten op werkbaar werk en (4) kansen benutten van interregionale mobiliteit en economische migratie. Het doel is een inclusieve arbeidsmarkt en duurzame tewerkstelling voor zoveel mogelijk mensen. Er starten nu gesprekken met de Vlaamse Regering om op korte termijn tot een tripartiet akkoord te komen en de maatregelen concreet uit te voeren.

Hans Maertens, voorzitter SERV: “Het brandt op de Vlaamse arbeidsmarkt. Ondernemers voelen elke dag hoe moeilijk het is om de juiste mensen te vinden en het bedrijf intussen draaiende te houden. Om de krapte en de mismatch op de arbeidsmarkt aan te pakken, slaan we de handen in elkaar met de werknemersorganisaties om zo snel mogelijk de acute problemen op de arbeidsmarkt op te lossen. Zo moeten werkzoekenden een snellere en intensievere begeleiding krijgen en moeten controle en sanctionering correct en stipt nageleefd worden. Groepen die vandaag niet actief op de arbeidsmarkt aanwezig zijn, willen we aantrekken door kwalitatieve begeleiding, een opleidings-premie bij knelpuntberoepen en een RSZ-korting voor werkgevers.”

Caroline Copers, ondervoorzitter SERV: “Als we willen dat zo veel mogelijk mensen aan de slag zijn, moeten we ook zorgen dat mensen aan de slag kunnen blijven. Daarom ben ik blij dat we met deze voorstellen opnieuw structureel inzetten op werkbaar werk door een werkbaarheidsfonds op te richten en de werkbaarheids-cheques duurzaam en structureel te verankeren. Ook een transitiepremie voor mensen die de zwaarte van hun job écht niet meer aankunnen, is daar onderdeel van.”

Uitdagingen op de Vlaamse arbeidsmarkt

Ook vóór de coronacrisis was al sprake van arbeidskrapte en mismatch. Intussen is de situatie voor de ondernemingen alleen maar nijpender en structureler geworden. Bijna alle sectoren en bedrijfstakken staan onder druk door een tekort aan arbeidskrachten. Vacatures geraken niet ingevuld en de productie en dienstverlening verzekeren wordt soms een moeilijke puzzel. Tegelijk heeft Vlaanderen nog een grote reserve aan mensen die omwille van uiteenlopende redenen niet actief (kunnen) deelnemen aan de arbeidsmarkt. Verder blijft de werkbaarheid van jobs cruciaal om de werkzaamheidsgraad op te krikken. Tot slot wordt bijleren tijdens de loopbaan echt een must terwijl Vlaanderen achterop loopt tegenover andere Europese regio’s en landen voor levenslang leren.

Vier grote assen van maatregelen

Om deze crisissituatie op de arbeidsmarkt aan te pakken, willen de Vlaamse sociale partners op korte termijn fors hoger schakelen door in te zetten op vier pijlers:

  1. Resultaatgericht activeringsbeleid
  2. Doorgedreven opleidingsbeleid
  3. Versterkt inzetten op werkbaar werk
  4. Kansen benutten van interregionale mobiliteit en economische migratie.

Activeren met meer resultaat

De Vlaamse sociale partners willen bij het activeren meer rekening houden met de noden en competenties van werkzoekenden en de beschikbare vacatures bij de werkgevers.

Werkzoekenden activeren: VDAB moet op zeer korte termijn zijn contactstrategie versnellen en al de eerste week na inschrijving inschatten of nieuwe werkzoekenden zelfredzaam zijn of niet in hun zoektocht naar werk. Indien niet dan moet binnen de twee weken al een face-to-facegesprek volgen met een bemiddelaar die een passend aanbod doet van vacatures, opleiding en begeleiding … Zo wordt wie daar nood aan heeft ook beter begeleid. Verder vragen de sociale partners dat VDAB zo snel mogelijk alle werkzoekenden opnieuw screent zodat ook deze werkzoekenden een passend aanbod krijgen van opdrachten, stages of opleidingen die leiden tot de kortste weg naar duurzaam werk én wordt de analyse gemaakt van de oorzaken van knelpuntberoepen. Als sluitstuk van deze bemiddeling moet VDAB controle en sanctionering correct en stipt uitvoeren. Verder willen de sociale partners dat VDAB als arbeidsmarktregisseur een zo volledig mogelijk beeld krijgt van de vacatures op de Vlaamse arbeidsmarkt en ze grondiger screent op te hoge vereisten.

Intreders en herintreders activeren: de sociale partners willen iedereen die ministens twee jaar niet gewerkt heeft (intreders, NEET-jongeren, langdurig zieken, leefloners …) op een andere manier benaderen (outreachend) en incentives geven uit verschillende hoeken. Ze willen hen aanmoedigen met een premie als ze een langdurige opleiding volgen die leidt naar een knelpuntberoep en jobcoaching/kwalitatieve begeleiding op de werkvloer voorzien zodat ze niet snel weer uitvallen. Daarnaast krijgen werkgevers een zetje met een RSZ-korting om ook herintreders aan te werven die langdurig afwezig waren op de arbeidsmarkt.

Opleiding sterker aanmoedigen

Lopende maatregelen versterken: de Vlaamse sociale partners gaan voor een doorgedreven opleidingsbeleid waarbij de knelpuntopleidingen een belangrijke rol spelen. Er zijn al heel wat initiatieven lopende maar de sociale partners vragen een ambitieus groeipad voor knelpuntopleidingen, extra opleidingen om Nederlands te leren en digitale kennis bij te brengen.

Actieplan levenslang leren versnellen: het actieplan levenslang leren moet dringend verder uitgerold worden met o.a. een individuele leerrekening, competentiechecks voor werknemers en een dashboard levenslang leren.

Knelpuntenplan: tot slot willen de sociale partners inzetten op een knelpuntenplan. Op basis van actuele arbeidsmarktcijfers en de competentienoden in sectoren is een groeipad voor knelpuntberoepen nodig. De sociale partners schuiven dus een premie naar voren als herintreders kiezen voor een langdurige knelpuntopleiding. De bedoeling is om het eerste deel van de premie bij de start van de opleiding uit te betalen, een volgend deel bij het succesvol afronden van de opleiding en een derde deel na één maand tewerkstelling in een knelpuntvacature.

Inzetten op werkbaar werk

De sociale partners zien werkbaar werk als een sleutel voor duurzame inzetbaarheid en voor het aantrekken en aan de slag houden van nieuw talent.

Werkbaarheidscijfers verder omhoog: de sociale partners willen werkbaar werk tussen nu en 2030 verder significant zien toenemen. De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) monitort de vier werkbaarheidsindicatoren (werkstress, welbevinden, leermogelijkheden en werk-privébalans) via de Werkbaarheidsmonitor. De sociale partners vragen de structurele verankering van de werkbaarheidscheques en de oprichting van een Werkbaarheidsfonds als onderbouw.

Gericht inzetten op drempels voor gezinnen: de sociale partners willen dringend werk maken van een behoeftedekkende, betaalbare en voldoende flexibele kinderopvang met een robuust organisatiemodel, meer IKT-plaatsen en meer maatwerk.

Actieplan oudere werknemers: de sociale partners willen alle drempels voor 60-plussers wegwerken want ook oudere werknemers zijn belangrijk voor het invullen van vacatures op de arbeidsmarkt. Een gerichte aanpak van VDAB en intersectorale samenwerking en arbeidsmobiliteit zijn hierin belangrijke factoren.

Retentie: mensen die werken maar door de zwaarte van het werk of door ziekte niet verder kunnen in deze job zullen kunnen rekenen op een transitiepremie als de arbeidsgeneesheer dit probleem attesteert. Zo willen de sociale partners mensen stimuleren om actief te blijven in een andere gepaste job en het loonverlies tijdelijk compenseren om uitval te voorkomen.

Over de grenzen kijken

De Vlaamse arbeidsmarkt is geen eiland. Daarom willen de sociale partners over de grenzen kijken en inzetten op interregionale mobiliteit en economische migratie om de arbeidsmarktkrapte aan te pakken. Interregionale samenwerking is hierbij belangrijk. De sociale partners pleiten voor een warm welkom, gericht op Belgisch talent uit Brussel en Wallonië en economische migranten en erkende vluchtelingen.

Interregionale mobiliteit: de Vlaamse sociale partners willen zo snel mogelijk een samenwerkingsakkoord met het Waals Gewest afsluiten, zoals dat in juni 2021 al gebeurde met Brussel. Bij beiden zijn  ambitieuze doelstellingen en meetbare resultaten cruciaal. In plaats dat elke onderneming apart op zoek gaat naar Waals of Brussels talent, vragen de sociale partners dat VDAB brede projecten opzet en vacatures van verschillende ondernemingen clustert zoals nu al gebeurt voor bedrijven rond de luchthaven in Zaventem.

Economische migratie: iedereen die hier legaal verblijft moet volgens de sociale partners vanaf dag 1 ook kunnen werken. Voor specifieke knelpuntberoepen voor hoog- of middengeschoolden willen de sociale partners proactief derdelanders prospecteren om ze actief te recruteren. Het pijnpunt van de stroeve diploma-erkenning moet dan wel dringend weggewerkt worden. Tot slot willen de sociale partners ook economische migratie mogelijk maken voor laaggeschoolden van buiten de EU. Deze maatregel houden de sociale partners nog achter de hand: pas als er geen positieve evolutie op de arbeidsmarkt zichtbaar is in 2022 willen ze tot dit initiatief overgaan.

Tripartiet akkoord voor concrete uitvoering

De Vlaamse werkgeversorganisaties Voka, UNIZO, Boerenbond, Verso en werknemersorganisaties ACV, Vlaams ABVV en ACLVB gaan nu snel in gesprek met de ministers van het Vlaams Sociaal-Economisch Overlegcomité (VESOC) om zo snel mogelijk een tripartiet akkoord af te sluiten. Daarna kan de concrete uitvoering van de voorstellen starten om te evolueren naar een inclusieve arbeidsmarkt en duurzame tewerkstelling voor zoveel mogelijk mensen.