Vlaamse evenwichtsbegroting tegen 2017 én meer ruimte voor investeringen mogelijk

Sinds de federale regering in juli de raming van de gewestelijke opcentiemen bijstelde, ziet het begrotingswerk er voor de Vlaamse Regering een stuk rooskleuriger uit. Toch vragen de sociale partners aandacht voor de grote financiële impact van een aantal toekomstige uitdagingen én de blijvende nood aan overheidsinvesteringen. De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) stelt een begrotingstraject voor waarbij de regering mikt op een structureel overschot in 2016 en 2017 (respectievelijk €153 en €247 mln.). Hierbij worden eenmalige factoren en conjunctuurschommelingen niet meegerekend. Dit vertaalt zich in een maximaal toegelaten tekort van €243 mln. in 2016 en een nominaal evenwicht in 2017. Op die manier kan Vlaanderen tegen 2017 zowel structureel als nominaal een gezonde begroting bereiken.

 

Caroline Copers: “De Vlaamse Regering stond de afgelopen tijd budgettair voor heel wat uitdagingen door nieuwe Europese spelregels, de zesde staatshervorming en een wisselende conjunctuur. Bovenop zitten heel wat toekomstige uitdagingen in de pijplijn zoals Oosterweel, de kilometerheffing voor vrachtwagens, infrastructuur voor onderwijs en welzijn,… Om een realistisch en gezond begrotingstraject uit te tekenen, moet de financiële impact voor de Vlaamse begroting nauwgezet in kaart gebracht worden. Op dit ogenblik ontbreekt het aan een totaalbeeld.” 

Begrotingstraject voor 2016 en volgende jaren

Bij het opstellen van de Vlaamse begroting 2016 ziet de SERV drie belangrijke elementen:

  • Het Belgisch Stabiliteitsprogramma dat recent werd ingediend bij Europa voorziet in 2018 een structureel begrotingsevenwicht van alle Belgische overheden.
  • De Vlaamse Regering wil al een jaar vroeger (2017) een begroting in (nominaal) evenwicht indienen.
  • De toekomstige begrotingsuitdagingen en het beheersbaar houden van de Vlaamse schuld rechtvaardigen een versneld traject. Voorlopig formuleert de SERV geen concrete schulddoelstelling omdat de financiële impact van grote investeringsprojecten onduidelijk is en de context (Europese opvolging van de begroting) veranderd is sinds het vastleggen van de oorspronkelijke schulddoelstelling in het Pact 2020.

Bij het uittekenen van het begrotingstraject kiest de SERV al jaren voor een structurele benadering. Het voordeel hiervan is dat men eenmalige factoren en conjunctuurschommelingen kan wegzuiveren, maar toekomstige uitdagingen kan meerekenen. Vanuit die benadering stelt de SERV voor de vereiste structurele inspanning in 2016 en 2017 over beide jaren gelijk te verdelen. Tegen 2017 komt dan zowel een structureel als nominaal evenwicht in het vizier (zie figuur 1).

 grafiek Vlaanderen, 2014-2018, SERV-voorstel (juli 2015), evolutie van het maximale structurele en nominale tekort inclusief determinanten na integratie aangepaste raming opcentiemen, in € mln

Figuur 1: Vlaanderen, 2014-2018, SERV-voorstel (juli 2015), evolutie van het maximale structurele en nominale tekort inclusief determinanten na integratie aangepaste raming opcentiemen, in € mln.

Investeringsbeleid versterken

Ten slotte herhaalt de SERV zijn pleidooi van januari 2015 om ook in budgettair moeilijke tijden prioriteit te geven aan overheidsinvesteringen in publieke infrastructuur. Het nominale tekort op de begroting 2016 moet daarbij aangewend worden voor bijkomende investeringen in publieke infrastructuur. Dergelijke investeringen hebben een groeibevorderend effect en maken het mogelijk een inhaalbeweging te maken ten opzichte van het buitenland. Dat komt de economische heropleving ten goede en zal zowel de werkgelegenheid als de economische activiteit van de bedrijven stimuleren.