STEM-Agenda 2030 mist urgentie en ambitie

De nood aan mensen met STEM-competenties is al hoog en zal alleen maar toenemen, kijk er de knelpuntberoepenlijst van VDAB maar op na. Om aan de stijgende vraag te voldoen volstaat het niet dat meer jongeren een STEM-opleiding volgen. Ook mensen die al aan de slag zijn zullen zich massaal moeten om- en bijscholen om de Green Deal, de circulaire economie en de energietransitie mogelijk te maken. Met de STEM-Agenda 2030 wil de Vlaamse overheid die STEM-tekorten wegwerken. Maar volgens de Vlaamse sociale partners verenigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) voldoet de agenda nog niet: hij mist richting en duidelijke, wervende doelen.

Ann Vermorgen, voorzitter SERV: “Het is belangrijk dat we volop inzetten op STEM, zowel bij jongeren als bij volwassenen. STEM biedt startende jongvolwassenen en werknemers kansen op een duurzame loopbaan en daar plukken ook de ondernemingen de vruchten van. Maar dan moeten we die kansen wel zien en grijpen. Een wervende STEM-Agenda 2030 speelt hierbij een belangrijke rol.”

Te weinig leerlingen en werknemers in STEM

STEM, voluit Science Technology Mathematics and Engineering, staat voor een verzameling aan technologische, technische, exact-wetenschappelijke en wiskundige opleidingen en beroepen. De afgelopen tien jaar is het aandeel leerlingen in een STEM-opleiding vooral in het ASO toegenomen, van 51,81% in 2010-2011 naar 54,69% in 2019-2020. In het TSO (39,67% in 2019-2020) en BSO (37,02% in 2019-2020) bleven de cijfers min of meer gelijk. Het aandeel leerlingen neemt zelfs af in de arbeidsmarktgerichte en dubbele finaliteit opleidingen – dat zijn richtingen waarna je of meteen aan de slag kan of nog kan verder studeren. Minder dan de helft (47,25%) van de leerlingen die de secundaire school verlaten met een STEM-kwalificatie op zak, zetten hun STEM-opleiding voort in het hoger onderwijs. Hoewel er meer meisjes voor een STEM-richting kiezen, blijft hun aandeel over het algemeen lager dan het aandeel jongens.

25% van de jongeren die afstuderen in een STEM-richting, gaan niet in een STEM-job aan de slag en doen dat later in hun loopbaan ook niet meer. Zij blijven in veel gevallen weg omdat ze ervan uit gaan niet langer over de nodige STEM-competenties te beschikken. Om de STEM-tekorten op te lossen is het dus ook belangrijk om te zorgen voor een goede doorstroom naar STEM-loopbanen van bij de eerste job.

Maar de instroom van jongeren uit het onderwijs alleen volstaat niet om de grote vraag op te vangen. Ook zijinstroom is belangrijk en heel wat volwassenen zullen zich moeten om- en bijscholen. Alleen al in de energie-intensieve industrie gaat het om vele duizenden werknemers die opleidingen in groene en digitale vaardigheden of soft skills moeten krijgen. Levenslang leren kan mensen helpen om (opnieuw) de stap naar een STEM-functie te zetten of om de technische, technologische, wetenschappelijke en ICT-evoluties in hun huidige job te kunnen volgen of om belangrijke soft skills te verwerven.

STEM-Agenda mist urgentie en ambitie

Met de STEM-agenda 2030 wil de Vlaamse overheid onder meer de STEM-tekorten wegwerken. De agenda bevat volgens de SERV heel wat positieve voornemens. Zo is het goed dat de agenda niet enkel oog heeft voor de opleiding van jongeren maar ook rekening houdt met STEM-loopbanen en met STEM-geletterdheid in de hele samenleving.

De Vlaamse sociale partners vinden echter dat de agenda in zijn huidige vorm structuur mist en verder moet worden uitgewerkt. Gezien de omvang van de vraag en de urgentie, bijvoorbeeld voor de vele ondernemingen op zoek naar STEM-profielen, moet de STEM-Agenda 2030 een kompas zijn en richting geven. De agenda moet concretere doelen naar voor schuiven, waar iedereen die zich inzet voor STEM zich achter kan scharen. Eén daarvan is het verhogen van de in- en uitstroom in beroepsgerichte en technische STEM-opleidingen en in STEM-functies. Die cijfers blijven voor de SERV immers problematisch. Een ander doel dat onderbelicht blijft in de agenda, is levenslang leren aantrekkelijker maken via een breed en flexibel opleidingsaanbod in STEM. We moeten ook goed opvolgen of acties voldoende impact hebben.

De SERV benadrukt ook dat het STEM-beleid niet op zichzelf mag staan en andere noden, zoals de personeelstekorten in de zorg en het (STEM-)onderwijs, niet uit het oog mag verliezen.