SERV vraagt langetermijnvisie voor fusies gemeenten

Lokale besturen spelen een belangrijke rol bij het uitvoeren van het sociaal-economisch beleid in Vlaanderen. Dat heeft de coronacrisis extra onderstreept. Om hun rol goed te kunnen (blijven) uitvoeren, hebben lokale besturen voldoende bestuurskracht nodig. Daarom vragen de Vlaamse sociale partners aan de Vlaamse Regering om nu eindelijk duidelijk te bepalen wat ze minimaal verwacht van gemeenten en om de spreidstand in schaalgrootte tussen lokale besturen te verkleinen. Daarnaast vragen de sociale partners om snel een visie op regiovorming uit te werken. Daarin moet ook duidelijk worden welke rol en plaats de provinciebesturen vervullen.

Danny Van Assche, voorzitter van de SERV: “In Vlaanderen palaveren we al twintig jaar over de nood aan lokale bestuurskracht en schaalvergroting. Het is nu tijd om daadwerkelijk knopen door te hakken. De Vlaamse Regering moet een duidelijke uitspraak durven doen over de minimale criteria voor lokale bestuurskracht. Die moeten de spreidstand tussen de kleinste en grootste besturen tegengaan en de bestuurskracht van het lokale niveau in zijn geheel verhogen. De vrijwillige fusies zijn een goede eerste stap maar een langetermijnvisie ontbreekt vandaag nog.”

Spreidstand tussen grote en kleine besturen aanpakken

Net voor het zomerreces stelde Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Somers een nieuw ondersteuningspakket voor gemeentelijke fusies voor. Dat moet leiden tot nieuwe vrijwillige fusies tussen lokale besturen. De SERV hoopt dat vooral kleinere besturen op dit aanbod zullen ingaan zodat de kloof tussen (middel)grote en kleine besturen niet verder toeneemt. Gezien een kwart van de gemeenten minder dan 10 000 inwoners telt, zou de minimumgrens van 20 000 inwoners om te kunnen rekenen op schuldovername kleine gemeenten wel eens kunnen afschrikken. Hierdoor zou de gewenste schaalvergroting net bij kleine besturen niet gerealiseerd worden. De SERV vraagt de lat lager te leggen op 10 000 à 15 000 inwoners om zo ook landelijke gemeenten de kans te geven om te fuseren. Ook de oppervlakte en/of de ambtelijke capaciteit zouden criteria kunnen zijn om in aanmerking te komen voor ondersteuning bij een fusieoperatie. Gemeentelijke fusies zouden ook op meer permanente basis mogelijk moeten zijn.

Centrumsteden zijn aan nieuwe definitie toe

Vlaanderen telt momenteel 13 centrumsteden. Deze besturen krijgen o.a. extra middelen vanuit het Gemeente- en Stedenfonds. De ‘ongelijke’ behandeling tussen deze centrumsteden en andere besturen heeft al meermaals tot debat geleid in het Vlaams Parlement. In het sterk verstedelijkte Vlaanderen vervullen meerdere steden de facto een centrumfunctie. De SERV pleit er dan ook voor om te bekijken of de bestaande erkenningscriteria voor de status van centrumstad nog voldoen. Tegelijk moeten we ook voorzichtig zijn met het onderscheid tussen stad en platteland. Het creëert een zeker wantrouwen tussen de randgemeenten en stad en kan zo fusies en regiovorming belemmeren.

Lokale autonomie botst op grenzen

Hoewel het lokale niveau belangrijk is, botst het steeds meer toevertrouwen van taken aan gemeenten op zijn limieten. Teveel lokale autonomie houdt het gevaar in dat gemeenten een  beleid met verschillende snelheden gaan voeren. De sociale partners vinden dat Vlaanderen bv. voor lokaal arbeidsmarktbeleid en bedrijfsfiscaliteit de regie strakker in handen mag nemen. Door de Vlaamse overheid zelf ook meer decentraal te organiseren (deconcentratie) wordt lokaal maatwerk van het beleid mogelijk zonder steeds bijkomende taken aan gemeenten te geven.

Versterkte regiovorming moet bestuurlijke ‘verrommeling’ tegengaan

De Vlaamse Regering wil vaste regio’s afbakenen voor intergemeentelijke samenwerking om bestuurlijke ‘verrommeling’ tegen te gaan. De vraag is of het wel haalbaar en wenselijk is om te komen tot een identieke regioafbakening voor alle beleidsdomeinen want die volgen niet steeds dezelfde ruimtelijke logica en schaal. Meer coherentie in de regionale afbakeningen is in ieder geval cruciaal, uitgaande van een gelaagd bestuursmodel. Op die manier kan Vlaanderen de wirwar aan intermediaire structuren vervangen door een matroejska-patroon, waarbij het kleinere past in een grotere structuur en er zo min mogelijk overlappingen zijn.

De sociale partners willen geen extra bestuurslaag. De eerste prioriteit blijft bestuurskrachtige lokale besturen. Wel erkent de SERV dat sommige activiteiten zoals mobiliteit en economische streekontwikkeling beter op een regionale schaal georganiseerd worden. In dat geval moet de meerwaarde van regionale samenwerking nog scherper gesteld worden ten opzichte van andere bestuursniveaus. Meer uniformiteit in de regionale samenwerking in de verschillende regio’s, transparantie en democratische besluitvorming zijn belangrijke randvoorwaarden.

Aandacht voor regionaal sociaal overleg

Tot slot vragen de sociale partners aandacht voor de plaats van het sociaal overleg in de discussie over regiovorming. De regiovorming biedt een kans om na te denken over gestructureerd sociaal overleg dat vernieuwend is en effectief haar meerwaarde kan aantonen. Vooral voor de regionale sociaal-economische ontwikkeling is dit een must.