SERV doet deur niet dicht voor aanpassing schoolkalender maar nu niet het juiste moment

De vraag of Vlaanderen net als Wallonië het schooljaar moet reorganiseren, beroert niet alleen de onderwijswereld maar ook ondernemingen en sectoren. De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) die de werkgevers- en werknemersorganisaties verenigt, doet in zijn advies aan minister van Onderwijs Weyts de deur niet dicht voor een aanpassing van de schoolkalender maar vindt het nu niet het juiste moment. Zo’n ingrijpende hervorming vraagt meer tijd en debat met alle betrokkenen. Ook de gevolgen voor ondernemingen en sectoren moeten eerst beter in kaart worden gebracht. Bovendien recupereren onderwijs en economie nog volop van de coronapandemie en krijgen ingrijpende hervormingen zoals de invoering van nieuwe onderwijsdoelen momenteel hun beslag. Dat alles maakt glasheldere conclusies over een aangepaste schoolkalender moeilijk en vooral overhaaste beslissingen onwenselijk.

Hans Maertens, voorzitter SERV: “Het schooljaar reorganiseren is een complex gegeven. Het gaat niet alleen over de leerkansen van onze kinderen maar ook over de aantrekkelijkheid van het lerarenberoep, over ouders de mogelijkheid geven om betaald werk te verrichten, over de gevolgen op productie en dienstverlening van onze ondernemingen ... Al deze puzzelstukjes moeten we weloverwogen leggen om voldoende draagvlak te krijgen voor zo’n ingrijpende hervorming. De sociale partners doen de deur dus zeker niet dicht maar vinden dat er eerst meer onderzoek en debat nodig is.”

Open blik op de aanpassing van de schoolkalender

Een aanpassing van de schoolkalender is erg ingrijpend voor de samenleving en vraagt een brede benadering. Daarom betrok de SERV niet enkel zijn eigen leden tijdens de voorbereiding van het advies maar legden de sociale partners hun oor ook te luisteren bij externe organisaties en experten. De SERV koos voor een breed perspectief: wat betekent de reorganisatie voor leerlingen, heeft dit impact op de aantrekkelijkheid van het lerarenberoep, welke gevolgen heeft dit voor (werkende) ouders en gezinnen en hoe zal een aangepaste schoolkalender doorwerken in de productie en dienstverlening van ondernemingen en sectoren?

Elk voordeel heeft zijn nadeel

Op basis van dit overleg schets de SERV in zijn advies vijf scenario’s voor de organisatie van het schooljaar. Elk scenario blijkt zijn voor- en nadelen te hebben, afhankelijk vanuit welk perspectief je dit bekijkt (zie bijlage):

  • Scenario 1 - alles blijft bij het oude
  • Scenario 2 – alles blijft bij het oude mét zomerscholen
  • Scenario 3 – een kortere zomervakantie
  • Scenario 4 – andere ritmering volgens 7/2-structuur
  • Scenario 5 – andere ritmering met ongelijke spreiding.

Bij elk van de scenario’s merkt de SERV op dat naast de organisatie van het schooljaar, ook de organisatie van de schoolweek en schooldag van belang zijn. Zeker in de context van het lerarentekort lijkt het optimaal gebruik van de schooltijd en het maximum halen uit de instructietijd voor de hand liggend. Daar kan zeker nog winst gehaald worden.

Duidelijke doelstellingen bepalen

De SERV besluit dat de aanpassing van de schoolkalender vanuit sociaal-economische invalshoek niet hoogdringend is. Dat is wel het geval vanuit een maatschappelijke invalshoek: voor de aanpak van leervertraging, zomerleerverlies en gelijke onderwijskansen. Er is ook hoogdringendheid voor andere uitdagingen die door het debat over de schoolkalender zijn opgeworpen zoals de werkbaarheid en aantrekkelijkheid van het lerarenberoep, de combinatie van werk en gezin voor ouders … Daarom vraagt de SERV dat de Vlaamse overheid in de eerste plaatst verduidelijkt welke onderwijskundige, maatschappelijke, economische doelstellingen zij precies wil en kan bereiken met een aanpassing van de schoolkalender. Voor de SERV moet  de reorganisatie in elk geval bijdragen aan meer onderwijskwaliteit en op termijn aan betere maatschappelijke en economische uitkomsten. 

Grondig onderzoek en breed debat zijn nodig voor meer draagvlak

Verder pleit de SERV voor een breed debat en grondig onderzoek om de juiste afwegingen te kunnen maken. In dat opzicht zijn de adviezen die de minister aan de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) en SERV vraagt slechts een eerste stap. In elk geval biedt de aanpassing van de schoolkalender in de Franse Gemeenschap een unieke kans voor Vlaanderen om de maatschappelijke en economische effecten van een dergelijke hervorming te meten. Ook de impact van een verschillende ritmering in Vlaanderen, Brussel en Wallonië op gezinnen en economie is vanaf volgend schooljaar meetbaar.

Voor een globale aanpak gaan met aanpassingen die elkaar versterken

Tot slot stelt de SERV dat de aanpassing van de schoolkalender alleen niet zal volstaan om het Vlaams onderwijs kwaliteitsvol en uitdagend te houden. Dat hangt ook samen met de manier van evalueren en remediëren, de professionalisering van leraren, het ambitieniveau van het Vlaams onderwijs, de aanpak van schoolmoeheid en vroegtijdig schoolverlaten, de organisatie van buitenschoolse opvang …