Missiegedreven innovatiebeleid moet grote maatschappelijke uitdagingen aanpakken

Missiegedreven innovatiebeleid is trending. Missiegedreven innovatiebeleid wil niet alleen de technologie en het innovatievermogen van ondernemingen stimuleren maar ook de grote sociale, ecologische en economische uitdagingen van de 21ste eeuw aanpakken. De Vlaamse Regering wil hier graag mee aan de slag maar de beleidsontwikkeling staat nog in haar kinderschoenen. De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) zet daarom een aantal krijtlijnen uit waaraan missiegedreven innovatiebeleid moet voldoen. De Vlaamse sociale partners schuiven vijf bouwstenen naar voren voor een missiegedreven innovatiebeleid: zorg voor burgerbetrokkenheid, focus op welgekozen missies, stem de ondersteunende instrumenten op maat af, verzeker de ondersteuning van een sterke, ambitieuze overheid en maak werk van een monitoring- en evaluatiesysteem dat bijsturingen toelaat.

SERV-voorzitter Ann Vermorgen: “Wereldwijd zoeken beleidsmakers naar antwoorden hoe ze de technologische innovaties en het innovatiebeleid explicieter ten dienste kunnen stellen van de maatschappij en van wat de burgers belangrijk vinden. In haar beleidsnota gaf minister Crevits al aan met de principes van missiegedreven innovatiebeleid aan de slag te willen gaan. De Vlaamse sociale partners willen graag mee aan de kar trekken met dit onderzoeksrapport en advies. We gingen over het muurtje kijken en destilleerden vijf bouwstenen uit de aanbevelingen van experten en buitenlandse goede voorbeelden.”

Hoe pakken andere landen het aan?

In een nieuw rapport van de SERV- Stichting Innovatie & Arbeid worden aanbevelingen van internationale experten samengebracht met goede buitenlandse voorbeelden. Hieruit blijkt dat een missiegedreven innovatiebeleid meest baat heeft bij de zogenaamde quadruple helix benadering. Dit is een innovatie- en samenwerkingsmodel dat uitgaat van de dynamiek tussen vier spelers: de overheid, het bedrijfsleven, de academische wereld en de burgers/het maatschappelijk middenveld. Vooral de betrokkenheid van deze laatste speler is nieuw: voor een missiegedreven innovatiebeleid is een ondersteunend maatschappelijk draagvlak duidelijk essentieel. De aanpak van een missiegedreven innovatiebeleid vraagt om inventief en creatief maatwerk door een wendbare overheid. Door burgers te betrekken, verschillende disciplines en sectoren te overbruggen en onderzoek en innovatie te verweven met algemene beleidsoverwegingen, kan een dynamische omslag in de beleidsvorming gemaakt worden. Inspirerende voorbeelden zijn o.a. specifieke missiegedreven initiatieven zoals de Energiewende (Duitsland), Vinnova (Zweden), Pilot-E of de 21-Platforms (Noorwegen).

Bouwstenen van missiegedreven innovatiebeleid

Bij gebrek aan een gedetailleerde handleiding voor missiegedreven innovatiebeleid is het voorlopig behelpen met goede voorbeelden om te weten hoe een missiegedreven innovatiebeleid eruit moet zien. De beleidsontwikkeling draait overal op volle toeren. De SERV brengt op basis van de huidige opgebouwde kennis en internationale inzichten een synthesekader met vijf bouwstenen. De vijf bouwstenen steunen op een proces van cocreatie via de quadruple helix benadering.

Bouwsteen 1 - burgerbetrokkenheid: missies hebben een grote maatschappelijk en sociaal-economische impact en hebben daarom een groot draagvlak nodig om tot succes te leiden. Bovendien gaat het vaak over transversale thema’s waarbij bruggen nodig zijn tussen verschillende beleidsdomeinen. Het draagvlak kan er maar komen door naast de overheid, de ondernemingen en universiteiten ook ruimte te geven aan sociale bewegingen en burgerparticipatie. Ook de sociale partners spelen hier een belangrijke rol. Bij elke innovatiemissie komt het er dus op aan via stakeholdersmapping de betrokken partijen in kaart te brengen. Voor elk missieproject zal het resultaat anders zijn.

Bouwsteen 2 – beleidskeuzes en focus: bij een missiegedreven innovatiebeleid is het belangrijk de missies goed te identificeren, prioriteiten te stellen en te selecteren. Daarvoor zijn beleidskeuzes en focus nodig. Missies moeten dus heel precies geformuleerd worden om richting te geven aan innovatieprocessen. Complexe maatschappelijke problemen moeten uiteengerafeld worden tot een welgekozen missie met duidelijk afgebakende doelen.

Bouwsteen 3 – maatwerk in beleidsinstrumentarium: het vastleggen van de meest effectieve beleidsmix van ondersteunende instrumenten voor een missie is steeds maatwerk. Dat komt o.a. door de complexiteit en diversiteit van de missies. Vaak zal er ook nood zijn aan beleidsinstrumenten die buiten de grenzen van het innovatiebeleid liggen. Denken we aan vernieuwingen in infrastructuur of netwerken, nudging, regelgeving …

Bouwsteen 4 – sterke governancestructuur voor beleidsimplementatie: de eigenlijke uitvoering van een missiegedreven innovatiebeleid vereist een overheid die staat voor een integrale benadering, een langdurig commitment en continuïteit van de ondersteuning.

Bouwsteen 5 – monitoring, evaluatie en bijsturing: missieprojecten zijn gericht op de lange termijn met tussendoelen en een roadmap. Een goede monitoring en evaluatie op maat is cruciaal om te zorgen dat het einddoel bereikt wordt. Flexibele bijsturingen worden zo mogelijk tijdens de looptijd van de missie.

Volgens de SERV biedt missiegedreven innovatiebeleid een uitgelezen kans om technologieontwikkeling en innovatie te stimuleren en de grote maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. De vijf bouwstenen vormen de vaste structuur voor het invullen van een richtinggevend kader om missiegedreven programma’s en initiatieven te stroomlijnen. Afhankelijk van het initiatief en de eraan gekoppelde missie(s) kunnen de bouwstenen wisselend ingevuld worden wat betreft de instrumenten, organisatie, governance, deelname van de quadruple helix …