Groeiende genderkloof voor werkbaar werk

De SERV/Stichting Innovatie & Arbeid brengt sinds 2004 driejaarlijks de werkbaarheid van jobs in kaart via een grootschalige schriftelijke bevraging. De meest recente meting dateert van 2019. De metingen verzamelen gegevens over de vier werkbaarheidsindicatoren: werkstress, motivatie, leermogelijkheden en werk-privébalans. Een positieve evaluatie op elk van deze criteria levert het label werkbaar werk op. Na vijftien jaar metingen bevat de databank ruim 70 000 meeteenheden. Op basis daarvan kan de SERV de ontwikkeling van werkbaar werk op de Vlaamse arbeidsmarkt nauwkeurig in beeld brengen. In een nieuw rapport wordt de groeiende ongelijkheid van werkbaar werk tussen mannen en vrouwen onder de loep genomen.

47,2% van de vrouwelijke werknemers heeft werkbaar werk. Dat is ruim vijf procentpunt lager dan bij mannelijke werknemers (52,6%). Bovendien is het verschil tussen mannen en vrouwen de afgelopen jaren aanzienlijk gegroeid. Dat blijkt uit de driejaarlijkse Werkbaarheidsenquête (2019) van de SERV/Stichting Innovatie & Arbeid bij 13 160 werknemers. De oplopende achterstand heeft in eerste instantie te maken met de hoger gemeten werkstress bij vrouwen. Achterliggend ervaren vrouwen vooral een hogere emotionele belasting en oplopende werkdruk in hun job. Dat steeds meer vrouwen in de zorg- en onderwijssector werken, is daar niet vreemd aan. De Vlaamse sociale partners roepen de Vlaamse Regering daarom op om in het kader van de arbeidsmarktkrapte niet alleen te focussen op nieuwe mensen aantrekken maar ook op mensen die aan het werk zijn voldoende te ondersteunen.

Hans Maertens, voorzitter SERV: “De groeiende ongelijkheid van de werkbaarheid tussen mannen en vrouwen blijkt meer dan een genderkwestie. We moeten inzetten op voldoende kwaliteitsvolle en werkbare jobs voor iedereen. Daarom ook zetten we met de SERV al jaren in op het belang van werkbaar werk. In het overleg dat momenteel loopt met de Vlaamse Regering om tot een VESOC-akkoord voor de Vlaamse arbeidsmarkt te komen, is naast de krapte op de arbeidsmarkt, werkbaar werk een belangrijke pijler. Vlaanderen heeft niet alleen maatregelen nodig om meer mensen aan de slag te krijgen maar ook om mensen die aan het werk zijn, duurzaam aan het werk te houden.”

Zijn vrouwen stressgevoeliger dan mannen?

Van de vier werkbaarheidsindicatoren die werkbaar werk bepalen blijkt vooral werkstress de groeiende genderkloof te verklaren. De werkstress is bij elke meting niet alleen hoger bij vrouwen, het verschil met mannelijke werknemers loopt ook steeds verder op. In 2004 bedroeg dit verschil 2,6 procentpunt, in 2013 4,9 procentpunt en in 2019 is het verschil in werkstressklachten gestegen tot 8,1 procentpunt. Deze meest recente werkbaarheidsmeting telde 40,4% vrouwen met problematische werkstress tegenover 32,3% mannen: dat is een kwart hoger.

Dat vrouwen beduidend slechter scoren dan mannen betekent volgens de onderzoekers niet dat zij minder stressbestendig zijn. Zij zien eerder een verklaring in de werksituatie van beide groepen. Vrouwen kiezen steeds vaker voor een zorg- of onderwijsberoep: dat aandeel steeg de voorbije 15 jaar van 79,5% (2004) naar 84,6% (2019). Uit de werkbaarheidsmeting blijkt dat emotionele belasting en werkdruk in deze jobs pieken. Bovendien maken zorg- en onderwijsberoepen een steeds groter deel uit van de totale werkgelegenheid in Vlaanderen (van 16,9% in 2004 naar 22,3% in 2019).

Werk-privé uit balans

Hoewel de werk-privébalans een beperktere rol speelt in de verklaring van de groeiende genderkloof is het toch interessant om ook deze werkbaarheidsindicator onder de loep te nemen. Tegen de resultaten van tijdbestedingsonderzoek in toont de werkbaarheidsmeting dat vrouwen niet opvallend meer problemen hebben om werk en privé te combineren. In 2019 hadden 13,6% van de vrouwen een problematische werk-privébalans tegenover 11,7% van de mannen.

Daar hoort echter een belangrijke kanttekening bij: vrouwen kiezen vaker arbeidstijdregelingen die hen toelaten werk en privé makkelijker te combineren. Ze zijn oververtegenwoordigd in de groep mensen die deeltijds aan het werk zijn en hebben opvallend minder jobs met onvoorspelbare uurroosters, structureel overwerk of regelmatig nachtwerk. Vaker dan hun mannelijke collega’s opteren zij bovendien voor een baan dicht bij huis met kortere pendeltijden. Als hiermee rekening wordt gehouden, blijkt het risico op werk-privécombinatieproblemen bij vrouwelijke werknemers toch duidelijk groter dan bij hun mannelijke collega’s.

Werkbaarheid moet omhoog voor mannen én vrouwen

In het Werkgelegenheidsakkoord Iedereen nodig, iedereen mee stellen de Vlaamse sociale partners niet alleen maatregelen voor om meer mensen aan het werk te krijgen maar ook verschillende acties om mensen duurzaam aan het werk te houden. In het VESOC-akkoord dat momenteel onderhandeld wordt, vragen ze daarom aan de Vlaamse Regering o.a. de oprichting van een Werkbaarheidsfonds en een structurele verankering van de werkbaarheidscheques. Ondernemingen kunnen deze cheques gebruiken om de werkbaarheid in kaart te brengen en de werksituatie van hun werknemers via acties en begeleiding te verbeteren. Ook een behoeftedekkende, betaalbare, flexibele kinderopvang voor gezinnen en een actieplan voor oudere werknemers moeten drempels wegwerken om aan de slag te gaan of te blijven. Daar wordt iedereen beter van, vrouwen én mannen.

De werkbaarheidskloof tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers in beeld

Bron: Vlaamse werkbaarheidsmonitor - werknemers 2004 - 2019