Geïntegreerde armoedebestrijding vraagt geïntegreerde aanpak

De sociale partners vragen de Vlaamse Regering om de actielijnen in het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding 2015-2019 concreet uit te werken, duidelijke prioriteiten te stellen en een realistische budgettaire planning te voorzien. Daarnaast pleiten ze ook voor een consequente toepassing van de armoedetoets.

Caroline Copers, voorzitter SERV: “In het Pact 2020 staat dat tegen 2020 de kinderarmoede in Vlaanderen gehalveerd en het aantal personen in armoede of sociale uitsluiting met een derde teruggedrongen moet zijn. Dit vraagt om een actieplan voor armoedebestrijding dat geïntegreerd, concreet en planmatig is.”

Een geïntegreerd, concreet en planmatig VAPA

De SERV benadrukt vooral dat een performant armoedebeleid een geïntegreerde aanpak vergt over alle beleidsdomeinen heen. Het beleid moet gefocust zijn en worden uitgerold volgens een vastgelegd stappenplan. Een realistisch budgettair kader is hierbij essentieel.

Het armoededecreet verplicht de Vlaamse Regering binnen twaalf maanden na haar aantreden een Vlaams Actieplan Armoedebestrijding (VAPA) op te stellen. Dit plan loopt over een periode van vijf jaar en wordt om het jaar geactualiseerd. De SERV geeft geen advies over het ontwerp VAPA in zijn geheel. Wel formuleert de raad een aantal gezamenlijke bekommernissen bij het voorliggende ontwerp met als kern de vraag naar een geïntegreerd, concreet en planmatig VAPA. De geformuleerde bekommernissen en thematische bemerkingen (onderwijs, werk, kinderbijslag, energie en water, ...) vloeien voort uit adviezen die de sociale partners recent binnen de SERV uitbrachten.

Naast de gezamenlijke standpunten zullen de sociale partners hun respectieve opmerkingen bespreken op het VESOC.

Consequent toepassen van de armoedetoets

Een goed armoedebeleid veronderstelt maatregelen in verschillende beleidsdomeinen die de uitsluiting van mensen in armoede verhinderen. De sociale partners pleiten voor het effectief toepassen van de armoedetoets om de gevolgen van (nieuwe) regelgeving op de situatie van personen in armoede systematisch te toetsen. Het VAPA 2015-2019 bevat een lijst van dossiers, bijvoorbeeld de nieuwe Vlaamse kinderbijslag, waarop een armoedetoets zal worden uitgevoerd. Deze lijst wordt bij het begin van de legislatuur opgesteld en wordt jaarlijks aangepast. De SERV vraagt om deze lijst ook tussentijds aan te passen, zodat er geen enkel initiatief aan de radar van de armoedetoets ontsnapt. In tweede orde vragen de sociale partners ook om voor bestaande regelgeving de armoede-effecten in kaart te brengen en op te volgen zodat indien nodig een tijdelijke bijsturing mogelijk is. Tot slot is de evaluatie van de armoedetoets als procedure en element in de beleidsvorming zelf belangrijk.

Instanties voor armoede moeten netwerken

De sociale partners vragen dat alle instanties die zich bekommeren over personen in armoede beter op de hoogte zijn van elkaars acties. Dit voorkomt situaties zoals een persoon in armoede die een traject naar werk volgt, maar zich tijdens de werkuren herhaaldelijk moet aanmelden bij een welzijnsvoorziening. Een goede samen- en netwerking tussen de verschillende diensten is dus noodzakelijk voor een betere dienstverlening en een gerichte doorverwijzing.

Kennis ontsluiten vanuit een gezamenlijk kennisplatform

Tot slot vinden de sociale partners dat alle vormen van kennis en goede praktijken met betrekking tot armoede, zoals die van het Vlaams Armoedesteunpunt (VLAS), ervaringsdeskundigen in de armoede en sociale uitsluiting e.d. moeten worden samengebracht in een kennisplatform rond armoede, zodat een maximale ontsluiting van deze kennis mogelijk is.