Betere verzameling en deling van overheidsdata besparen tijd, geld en levens

De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) en de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) roepen de Vlaamse Regering op om steviger te investeren in de beschikbaarheid, kwaliteit, vindbaarheid en ontsluiting van overheidsdata. De coronacrisis heeft duidelijk aangetoond dat kwaliteitsvolle data en wetenschappelijke inzichten nodig zijn om beleidskeuzes voldoende te onderbouwen en de best mogelijke beslissingen te kunnen nemen. De Vlaamse universiteiten vragen samen met de werkgevers- en werknemersorganisaties  dringend een wezenlijke verbetering op dat vlak en doen aanbevelingen om de belangrijkste knelpunten weg te werken.

Rik Van de Walle, voorzitter VLIR: “Het probleem is al langer gekend en de coronacrisis toonde opnieuw dat datastromen nog veel te versnipperd zijn in ons land. Data die in het bezit zijn van de overheid moeten sneller worden vrijgegeven voor academisch onderzoek zodat de overheid vervolgens met kwaliteitsvolle data en wetenschappelijke inzichten beter gerichte en proportionelere beslissingen kan nemen.”

SERV-voorzitter Ann Vermorgen: "Data en hergebruik van overheidsdata spelen ook een cruciale rol in de digitale transitie. We waren destijds met de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid voorloper bij het koppelen en ontsluiten van overheidsdata maar lopen nu steeds meer achter op andere landen. Structureel overleg met onderzoekers en het middenveld moet toelaten het terug beter te doen. De SERV en de VLIR zijn bereid om hier hun schouders onder te zetten.”

Vier dringende werven

Ondanks herhaalde ambities van de Vlaamse Regering om werk te maken van een datagedreven overheid – recent nog in het Relanceplan ‘Vlaamse Veerkracht’ – ligt er nog veel werk op de plank om ze in praktijk te brengen. De VLIR en de SERV zien vier dringende werven:

  1. Kwaliteit en beschikbaarheid van data: er zit vaak te veel vertraging op de ontsluiting van data en er zijn belangrijke datalacunes.
  2. Vindbaarheid en ontsluiting van data: het is te weinig duidelijk welke data beschikbaar zijn. Datareeksen zitten soms verspreid over verschillende plaatsen/overheden.
  3. Gebruiksvriendelijkheid en ethische omgang met data: het kost veel moeite en tijd om privacyprocedures te doorlopen. De regels worden vaak erg strikt toegepast en lijken soms een alibi om data niet te moeten delen.
  4. Cultuur en organisatie: overheden zien te weinig wat er allemaal mogelijk is met hun data. Ze zien het delen van data te veel als gunst, niet als winst voor het beleid en de samenleving.

Wat stellen de SERV en de VLIR voor?

Dataverzameling en -deling kan duidelijk beter in Vlaanderen. Buitenlandse voorbeelden kunnen daarbij inspireren. Enkele aanbevelingen van de SERV en de VLIR zijn:

  • Organiseer structureel overleg en informatie-uitwisseling met onderzoekers en andere gebruikers om datanoden te signaleren, dataleemtes te identificeren en datafouten recht te zetten. Dat gebeurt bij voorkeur met alle betrokken bestuursniveaus samen.
  • Maak werk van een Vlaamse datavindplaats voor Vlaamse (overheids)data en interbestuurlijke data.  Ontwikkel een data-infrastructuur met gevalideerde data, gekoppelde databanken en vaste datasets waarop gebruikers vlot beroep kunnen doen. Dat voorkomt de zoveelste data-aanvraag voor dezelfde dataset en maakt meer tijd vrij voor de behandeling van complexe aanvragen.
  • Zorg voor meer duidelijkheid en uniformiteit in de toepassing van de privacyregelgeving en  voorzie zoveel mogelijk eenvormige afsprakenkaders en aanvraagprocedures voor alle bestuurslagen.
  • Versterk het hergebruik van data bij overheden en stimuleer een cultuur van data-uitwisseling. Werk een datastrategie uit en organiseer één aanspreekpunt voor beleidsmedewerkers en onderzoekers. Zorg voor meer kennis over data in alle lagen van de Vlaamse overheid (topmanagement, middenkader, operationeel en technisch personeel).

Structureel overleg moet zorgen voor systematische verbetering

Om de gevraagde verbeteringen op gang te brengen willen de SERV en de VLIR hun schouders zetten onder een structureel overleg tussen overheid, onderzoekers en gebruikers. Een jaarlijkse trefdag kan dan in een bredere kring de resultaten van dat overleg kenbaar maken, de vorderingen toelichten en de noden verder inventariseren.

infografiek betere overheidsdata