Samenwerking tussen Vlaamse bedrijven en kenniscentra kan beter

21/11/2011

man en vrouw in laboVlaanderen kan beter op vlak van kennisvalorisatie. De ontwikkelde kennis aan universiteiten en hogescholen vindt nog te weinig toepassingen in onze bedrijven. Deze innovatieparadox moet dringend opgelost, zegt de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV). Dat kan in de eerste plaats door ondernemers duidelijkere informatie te geven over waar welke kennis en competenties te vinden zijn. Verder vragen de sociale partners een versterking van het intermediaire netwerk.

 

 

Transparantie en toegankelijkheid

Voor een bedrijf is het niet alleen belangrijk om te weten welke kenniscentra actief zijn, maar ook en vooral of de aanwezige kennis geschikt is om innovatievragen binnen het bedrijf te helpen oplossen. Vaak zien bedrijven de bomen door het bos niet meer door de brede waaier aan kenniscentra en hun aanbod. Voor de  sociale partners moet het te operationaliseren uniek loket voor ondernemers ook een rol opnemen als eerste aanspreekpunt voor de ondernemer die met een kennisvraag zit en onvoldoende vertrouwd is met de achterliggende structuren en werking van kennisontwikkeling en -matching. Het uniek loket heeft daarbij een draaischijffunctie met de intermediaire structuren en de platformen waar inzicht kan verkregen worden waar welke kennis en competenties beschikbaar zijn.

Weten wie de onderzoeksactoren zijn, is één zaak. Een andere zaak is weten over welke kennis en competenties de kenniscentra beschikken of waarin ze gespecialiseerd zijn. Ook deze informatie is momenteel te weinig toegankelijk voor bedrijven. De bestaande FRIS-databank (Flanders Research Information Space) van de Vlaamse overheid zou deze rol kunnen opnemen. De FRIS-databank is op dit ogenblik echter veel te weinig bekend en het potentieel wordt onvoldoende benut, zowel door bedrijven als onderzoekers in kenniscentra. De Vlaamse overheid moet dit informatieplatform dringend ruimer bekendmaken en verder uitbouwen tot een transparante, gebruiksvriendelijke en toegankelijke draaischijf van informatie.

Verder ziet de SERV een centrale rol weggelegd voor intermediaire organisaties in de vertaalslag van onderzoeksvragen en de verdere doorverwijzing van ondernemingen. Transparantie, streaming en coördinatie zijn sleutelelementen bij de ontwikkeling van de intermediaire structuren. Hoe transparanter, verfijnder en laagdrempeliger de aanpak van ondernemingen gebeurt, hoe meer kans op slagen. Een dergelijk gestructureerd netwerk slaagt erin op het juiste moment, de juiste dienst op de juiste manier door de juiste innovatie-actor aan de onderneming aan te bieden. Zo zien de sociale partners muziek in het recent opgezette netwerk van Laagdrempelige Expertise- en Dienstverleningscentra (LED’s) die de aanwezige kennis en competenties binnen de West-Vlaamse hogescholen laagdrempelig ter beschikking wil stellen van ondernemingen en non-profitorganisaties.

Om een sterkere samenwerkingscultuur uit te bouwen, met meer betrokkenheid van én traditionele KMO’s én laagdrempelige kenniscentra, is de SERV voorstander voor de introductie van transparante en ondersteunende Kern Performantie Indicatoren (KPI), op basis waarvan de kennisinstellingen via projectfinanciering beloond worden voor hun valorisatieresultaten en samenwerkingsinitiatieven.

Samenwerkingsinstrumenten meer kenbaar maken

Gesubsidieerde samenwerkingsprojecten kunnen een hefboom vormen voor het innovatief niveau van bedrijven. Daarom vraagt de SERV dat de intermediaire organisaties, waaronder de provinciale innovatiecentra, meer bekendheid geven aan de Vlaamse, Belgische en Europese financieringsmogelijkheden voor samenwerkingsprojecten zoals TETRA- en VIS-projecten, SBO-programma en O&O-bedrijfsprojecten. Deze extra-financiering kan bedrijven over de streep trekken om hun innovatieprojecten samen met kenniscentra op te zetten.

Meer informatie

Dit advies is o.a. gebaseerd op het onderzoeksrapport van de Stichting Innovatie & Arbeid ‘Samenwerking bij technologische innovatie tussen bedrijven en kenniscentra – drempels en hefbomen in de praktijk’.

 

Voor meer informatie kan je terecht bij Leen Muys

Ook gevonden inMORASAR WGGVlaamse HavencommissieVlaamse Luchthavencommissie