Meer focus, openheid en spelregels nodig bij Vlaamse investeringsmaatschappijen

22/06/2016

drie plantjes van klein naar groot met aan de wortels een stapeltje muntstukkenVlaamse investeringsmaatschappijen zoals PMV, LRM en VPM, spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van onze economie. Ze investeren grote sommen overheidsgeld, volgens SERV-berekening voor 385 mln. aan financiële vaste activa in 2013. Daarom vinden de sociale partners in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) het vanzelfsprekend dat deze instellingen transparant en binnen een duidelijke overheidsvisie werken met focus op belangrijke maatschappelijke uitdagingen. Om dat mogelijk te maken vragen de sociale partners o.a. dat de actieradius van deze investeringsmaatschappijen duidelijker omlijnd wordt, de focus op bedrijven in Vlaanderen ligt en de selectie van bestuurders gebeurt op basis van hun expertise. Tot slot stellen de sociale partners voor om een jaarlijks gedetailleerd rapport van de realisaties op te leggen, zoals ook beursgenoteerde bedrijven moeten doen.

Karel Van Eetvelt, voorzitter SERV: “Via de investeringsmaatschappijen pompt Vlaanderen een aanzienlijk bedrag aan overheidsgeld in de economie. Sterkere maatschappelijke profilering, meer openheid, maar ook duidelijkere spelregels zijn nodig zodat deze investeringsmaatschappijen op een doordachte manier steun bieden waar dat het meest doelgericht kan.”

Afbakenen van het speelveld

Als de overheid de rol opneemt van ondernemer-investeerder moet dat op een doordachte manier gebeuren. Door het speelveld voor investeringsmaatschappijen goed af te lijnen vermijdt de overheid om deze investeringsvehikels voor om het even welke beleidsoverweging in te zetten. Het moet vooral gaan om leemtes opvullen zoals bij risico- maar beloftevolle projecten waarvoor de financiering moeizaam loopt (= marktfalen) of bij langlopende innovatieprocessen (= nieuwe markten stimuleren). Meer dan nu moeten de investeringsmaatschappijen zich richten op belangrijke maatschappelijke doelen (cf. Pact 2020, Platformtekst 2030, Visie 2050). Tot slot kunnen de investeringsmaatschappijen ook tussenkomen omwille van strategische verankering.

Zicht houden op de bomen in het bos

Het aanbod van publieke investeringsfondsen en –instrumenten is zeer uitgebreid waardoor ondernemers niet altijd hun weg vinden naar de meest geschikte overheidspartner. Soms vissen investeringsmaatschappijen met hun instrumenten in dezelfde vijver of bestaat er overlap. Om dit tegen te gaan dringt de SERV aan op de operationalisering van een algemene participatiedatabank, die wordt gecoördineerd door het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI).

Volgen van corporate governance-principes

Hoewel investeringsmaatschappijen over een grote autonomie beschikken, moeten ze de corporate governance-principes volgen. Dat betekent o.a. dat bestuurders op een professionele en transparante manier geselecteerd worden op basis van hun expertise Ook moet worden gewaakt over de aanwezigheid van effectief onafhankelijke bestuurders in de raad van bestuur van de investeringsmaatschappijen. Verder is een efficiënte monitoring, toezicht en evaluatie van de investeringsmaatschappijen nodig. Tot slot dringt de SERV aan op een verantwoorde vergoeding voor bestuurders en redelijke vergoedingen voor de beheerskosten van de investeringsmaatschappijen.

Rapporteren aan Vlaams Parlement

Omdat investeringsmaatschappijen met overheidsgeld werken, pleit de SERV voor een jaarlijkse rapportering aan het Vlaams Parlement. Zo kan verslag uitgebracht worden van goede, maar ook minder geslaagde investeringen en kan het toekomstig beleid hierop afgestemd worden. Veel rapportage gebeurt nu op een te algemeen niveau en vaak uitsluitend bedoeld voor intern gebruik.

Voor meer informatie kan je terecht bij Leen Muys

Ook gevonden inMORASAR WGGVlaamse HavencommissieVlaamse Luchthavencommissie