Complexe structuren bemoeilijken innovatie in Vlaanderen

01/04/2015

hand met zwarte stift die radertjes tekentDe innovatiestructuren waarop bedrijven in Vlaanderen beroep kunnen doen, zijn talrijk, versnipperd en complex. Vaak zien ondernemingen door de bomen het bos niet meer. Daarom pleit de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) voor vereenvoudiging en meer stroomlijning van de Vlaamse innovatiestructuren. Het nieuwe Agentschap voor Innoveren en Ondernemen kan hierin een sleutelrol spelen. Caroline Copers, voorzitter SERV: “De sociale partners stellen een nieuw beleidskader voor om innovatiestructuren te vereenvoudigen en zo meer ondernemingen naar innovatie toe te leiden. We dringen aan op een snelle invulling en operationalisering zodat de innovatiestructuren ten volle hun rol kunnen opnemen.”

Stroomlijning in de breedte en diepte

De voorstellen van de SERV omvatten vijf belangrijke innovatiestructuren in Vlaanderen: de provinciale innovatiecentra, Flanders DC, de lichte structuren/competentiepolen, de SOC’s (strategische onderzoekscentra) en de TTO’s (technology transfer offices). Ook andere structuren zouden echter in de stroomlijningsoefening kunnen betrokken worden.

De eerste vereenvoudiging die de sociale partners voorstellen heeft met de kernopdracht van de verschillende structuren te maken. Een te vage of te brede visie, missie en opdracht van de innovatiestructuren leiden immers tot verwarring en onduidelijkheid. Daarom stelt de SERV een stroomlijning in de breedte voor met drie helder afgebakende kernopdrachten: sensibilisering, valorisatie en clustering. Elke kernopdracht stemt één-op-één overeen met een structuur. Deze koppeling betekent niet dat structuren geen nevenactiviteiten kunnen ontwikkelen. Voor de kernopdrachten sensibilisering en valorisatie moeten de nevenactiviteiten nauw aansluiten bij de kernopdracht. Bij de clusteringopdracht is een ruimere waaier aan nevenactiviteiten mogelijk. Deze stroomlijning in de breedte zal de positionering en impact van de structuren zeker ten goede komen.

De tweede vereenvoudiging moet volgen uit een grondige (ex ante én ex post) evaluatie van de strategische meerwaarde van de structuren, in combinatie met hun individuele performantie. Deze evaluatie moet een stroomlijning in de diepte toelaten, o.a. door bijsturingen op basis van een beleidskader met duidelijke KPI’s (key performance indicator) en heldere evaluatie- en beoordelingscriteria.

Randvoorwaarden

De voorgestelde vereenvoudiging kan enkel slagen met de tussenkomst van een sterke regisseur die de stroomlijning zowel kan operationaliseren, uitvoeren, bewaken en monitoren. Het nieuw opgerichte Agentschap voor Innoveren en Ondernemen is geknipt voor deze rol. Het kan erover waken dat structuren focussen op hun kernopdracht en zich niet op elkaars terrein begeven. Het agentschap kan ook instaan voor kwaliteitsbewaking en monitoring.

Daarnaast pleit de SERV voor één systeemevaluator binnen de overheid. Deze rol zien de sociale partners weggelegd voor het Departement EWI, dat ook de opvolging van de algemene beleidscontext voor zijn rekening moet nemen en het beleidskader kan bijsturen.

Om de hele stroomlijning te doen slagen, moeten alle betrokkenen op voorhand goed geïnformeerd worden. De SERV dringt bovendien aan op een snelle start van de vernieuwingsoperatie zodat het Vlaams innovatiesysteem snel efficiëntiewinsten kan boeken. Dit voorkomt een te lange overgangsperiode en verhoogt de rechtszekerheid voor de innovatiestructuren en hun personeel.

Voor meer informatie kan je terecht bij Leen Muys

Ook gevonden inMORASAR WGGVlaamse HavencommissieVlaamse Luchthavencommissie